Onze allereerste voorouders zijn hun bestaan niet begonnen met het bouwen van tempels en het vervaardigen van ritueel vaatwerk. Het waren gewoon praktische dingen die zij maakten: een kuil in de grond, een omheining van stenen, een hut, een stuk weefsel om hun huid te beschermen tegen kou of tegen de zon. Gewone dingen die er niettemin de oorzaak van werden dat wij er nu nog zijn.

In het boek “Zo doe je dat” bespreekt Beljon de grondbeginselen van vormgeving. Vormen roepen associaties op; volgens hem ook associaties met gebeurtenissen die lang geleden plaatsvonden. Met andere woorden: vormen houden herinneringen vast, zij hebben een emotioneel geheugen. Bepaalde vormsoorten zijn het gevolg van bepaalde handelingen en er zijn handelingen, die noodzakelijk zijn geweest voor onze overleving als soort.


Zo zie je dat

Het stapelen, het vlechten , het weven en het draaien zijn de belangrijkste constanten. De muur, de wal, de hut, gevlochten of gestapeld, de kleding, de pul of de vaas om het water te bewaren, stonden aan het begin van onze ontwikkeling. Volgens het boek zijn er vele vormsoorten te onderscheiden en veel verschillende principes en concepten, die bij de totstandkoming van de vorm een rol spelen.

De auteur beweert, dat in de ontwikkeling van de mens als soort het een van de grootste triomfen is geweest dat deze rechtop (erectus) kan staan en lopen. Dit werd mogelijk gemaakt door het feit dat rechterhelft en de linkerhelft van het menselijk lichaam elkaar in evenwicht houden. De helften zijn gelijk aan elkaar: symmetrisch. Trots als de mens is, is hij alles mooi gaan vinden dat ook symmetrisch is. Gedurende hele tijdperken waren symmetrische bouwsels geweldig. De mens zag zich zelf als maatstaf aller dingen. Hij is antropocentrisch.

Volmaakte symmetrie is echter niet altijd gewild (we zetten graag de ene voet voor de andere), volledige symmetrie is saai. We weten dat evenwicht niet gelijk hoeft te zijn aan symmetrie. Deze ruimtelijke beleving is veranderd met de tijd. De esthetische hoedanigheden van de ruimte zijn niet langer beperkt tot haar eindigheid van het oog, zoals dat in de tuinen van Versailles nog het geval was. Deze tuinen zijn vanuit een punt ontworpen en vanaf dat punt zijn zij het mooist. De moderne ruimte kenmerkt zich juist door de veelzijdigheid ervan en het vermogen om steeds andere betrekkingen aan te gaan, ook binnen de ruimte. En dus is de volledige weergave van een ruimtelijke werkelijkheid vanuit een eenpuntperspectief niet meer mogelijk. De mens voelt zich in tegenstelling tot de mens van de Renaissance niet meer het middelpunt van het universum, het punt waar alle perspectivische lijnen samenkomen. De zuil, de zwaarte, het dragen is niet langer het alleenheersende element in de architectonische vormgeving; de verbinding en de dichtheid der materialen daartussen, stellen zich daarnaast.

Het oog ziet graag hoe iets in elkaar gezet is. Het laten zien van verbindingen is daar een middel toe. Van oudsher is de verbinding gebruikt om de structuur van het bouwsel of voorwerp te accentueren, als beeldend middel dus. Knopen en verbinden zijn twee vormsoorten. Ze kunnen apart voorkomen. Ze kunnen ook bij elkaar horen, in elkaar overlopen, elkaar overlappen of allemaal samenvallen, elkaar ontmoeten. Een kapiteel is het ontmoetingspunt tussen pilaar en gewelf, het knooppunt, het verbindingspunt. Elk soort verbinding die gevonden wordt, stelt een overwinning voor van de mens op de materie. Vandaar dat de ontmoeting vaak gevierd, dat wil zeggen versierd wordt zoals bij het kapiteel het geval is. De maker poëtiseert; soms zo hevig dat hij ‘het woord loszingt van zijn betekenis’ met andere woorden, het knooppunt verheft tot zelfstandig kunstwerk. Taijri deed dat met metalen ruimteknopen, Sheila Hicks en Vera Szekely met hun knopen van textiel. ‘Alleen het symbool’ zegt de filosoof Bachofen, ‘slaat alle snaren van de menselijke ziel tegelijk aan.’ Ze markeren een stap van de mensheid naar verdere ontplooiing. Ze be-tekenen iets, ze zijn tekens. Een symbool, een teken, een monument slaat terug op een emotie, een collectieve emotie. Net zo goed als er symboolkracht is op korte termijn bijvoorbeeld: lang haar, het leren jasje, de minirok, de motorhelm, het ruimtepak, is er symboliek op de lange termijn. De genoemde vormsoorten steunen, dragen, stapelen, vlechten enz., gaan terug op eeuwenoude emoties, waarmee later tijdens de Moderne getracht zou worden te breken.

  • index
  • volgende pagina


  • © 1998 Nicole Maurer - Accessorize E-zine.